
© Stad Antwerpen, Felixarchief
Hoe het begon
Op 27 november 1926 richt een klein gezelschap van heren het Genootschap voor Antwerpse geschiedenis op, kortweg ‘het Genootschap' genoemd, 'met de bedoeling de vakhistorici uit het Antwerpse te groeperen om samen de problemen van de historiografie van Antwerpen uit te diepen […] in een karakter van werkzaamheid en gezelligheid...'.
De initiatiefnemers tot de oprichting zijn OCMW-archivaris Louis Philippen, conservator van het Museum Plantin-Moretus Maurits Sabbe, volkskundige Emile Van Heurck, stadsarchivaris Floris Prims, archivaris van de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal Jos Ernalsteen, historicus en arts August Van Schevensteen en historicus Robert Van Roosbroeck.
Tot aan het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog blijft Louis Philippen voorzitter, maar vanaf 1940 worden alle activiteiten noodgedwongen onderbroken. Het duurt tot 1949 vooraleer het Genootschap een nieuwe start neemt.
Tot vandaag weerspiegelen de activiteiten van het Genootschap het oorspronkelijke DNA van de vereniging middels regelmatige bijeenkomsten met uitwisseling van onderzoeksresultaten en het verzorgen van diverse publicaties. De belangrijkste lijn die van bij de aanvang tot op vandaag kan worden getrokken, is die van het pluralisme en de multidisciplinariteit.
In het Genootschap treffen historici, kunsthistorici, archeologen, filologen, musicologen, volkskundigen, stedenbouwkundigen, museumconservatoren en archivarissen elkaar, zowel voor de lezingen, de vergaderingen als in de bestuurssamenstelling.
Lezingen, de ‘core business’ van het Genootschap
Kernactiviteit van het Genootschap zijn de (oorspronkelijk besloten) lezingen, voorbehouden aan de leden. De inhoud van de lezingen en de resultaten van het historisch onderzoek mogen niet verloren gaan en worden via publicaties van de eeuwboeken, het jaarboek HistoriANT én de website, naar een breed publiek verspreid.
Zoals voor veel activiteiten binnen het maatschappelijk leven dwong de COVID-pandemie tot een andere aanpak van de lezingen. Vanaf juli 2020 worden de lezingen digitaal gehouden als webinars en volgt ook een groeiende groep externe geïnteresseerden deze lezingen. Voor de leden zijn de webinars opnieuw te bekijken via de website van het Genootschap. Vanaf 2008 beschikt het Genootschap over een website, die ondertussen is uitgegroeid tot een volwaardig communicatie- en publicatiekanaal.
Op de 100ste verjaardag, in oktober 2026, zal het Genootschap haar 771ste lezing hebben gehouden. Tel daarbij een vijftigtal openbare zittingen zoals de Nieuwjaarslezingen en de presentaties van (22) publicaties, en je merkt hoe actief het Genootschap steeds is geweest.
Publiekslezingen en publieksmomenten
Van bij de aanvang bestaat de gewoonte om occasioneel een openbare zitting met lezingen van eminente historici te organiseren. Deze mooie traditie wordt verdergezet via de jaarlijkse publiekslezingen.
Publieksmomenten zijn er ook telkens bij presentaties van publicaties of andere bijzondere ledenactiviteiten zoals de viering van het 75-jarig bestaan en later de start van het 90ste werkingsjaar. Het Genootschap gaat ook op zoek naar bijzondere momenten om de leden samen te brengen voor een bezoek aan een tentoonstelling of een bijzonder historisch monument.
Focus op publiceren
Van bij de aanvang nemen de bestuursleden van het Genootschap het op zich om historisch onderzoek te publiceren. Zij nemen een heel snelle start aangezien het Genootschap al in 1928 een eerste boek laat verschijnen, gevolgd door publicaties in 1929 en 1930, van de hand van individuele leden.
Na de onderbreking van de Tweede Wereldoorlog, neemt het nieuwe bestuur snel de draad op om te publiceren. Het Genootschap wil dat de geïnteresseerden in Antwerpse geschiedenis en andere onderzoekers de inhoud van de lezingen leren kennen. Daarom worden de lezingen in die jaren gehouden rond specifieke thema's van een bepaalde eeuw en worden deze gebundeld gepubliceerd. Het project van de 'eeuwboeken' start met vaart want in 1952 verschijnt het eerste eeuwboek, dat de achttiende eeuw tot onderwerp had. Voortaan verschijnt er op gezette tijden een lijvig eeuwboek. De eeuwboeken zijn bij uitstek een vertolking van het onderzoekswerk van de leden van het Genootschap.
In 2011 beslist het bestuur tot het project van het jaarboek HistoriANT. Dit initiatief blijkt een voltreffer en geeft het Genootschap een nieuw elan. Tussen 2013 en 2026 verschijnen 14 jaarboeken met in totaal 165 artikels en kroniekteksten.
Het Genootschap wordt ‘Koninklijk’
Op 22 juni 2026 verleende Cathy Berckx, gouverneur, het Genootschap het diploma van de machtiging om voortaan de titel van 'Koninklijke Maatschappij' te dragen, bij vorstelijke beslissing van 4 juni 2026.