Wie de handel en wandel van Antwerpse personen en hun activiteiten wil begrijpen, doet er goed aan om zich te verdiepen in de rijke geschiedenis van de stad. Zo verklaren de Reformatie en Contrareformatie wat Christoffel Plantin – letterlijk - in vredesnaam in Parijs en Leiden te zoeken had. Omgekeerd leidt het slim en op grote schaal combineren van individuele data ook tot inzichten die tijdsbeelden kunnen vervolledigen en bijstellen.
Nemen we de Antwerpse boekdrukgeschiedenis als voorbeeld: veranderde de omgeving van de Kammenstraat pas na het vertrek van de brouwers naar de Nieuwstad in het drukkerscentrum? Volgens de overlevering wel maar niet volgens de feiten. Raakte de (kunst)nijverheid volledig in verval na de uittocht naar het Noorden? Idem. Was Van Schoonbeke de enige vastgoedtycoon? Nee, ook bijvoorbeeld de kerkfabriek van de kathedraal was een slimme huisbaas. Is de rol van de “huysvrouen” en weduwen onderbelicht? Jazeker.
Aan de hand van vele voorbeelden vertelt Guido Thys het verhaal van een volledig uit de hand gelopen hobby: hoe de combinatie van een opleiding als taalkundige, een carrière gevuld met gegevensbestanden en een grote verzameling Antwerpse boeken geleid heeft tot een krachtig en voor iedereen toegankelijk instrument voor (wetenschappelijk) onderzoek. Hoe informatie over drukkers geleid heeft tot een historisch overzicht van Antwerpse straten, huizen en ambachten. Hoe databasetechnologieën honderden uren in de leeszaal kunnen besparen. Waarom het Model misschien vroeger ook al Vermoeid was. Hoe er genoeg ruimte was voor nog een elfde gebod. Waarom “rue du Gage” echt niet de beste vertaling van “Pandstraat” is. Enzovoort ...
De spreker onderhoudt een databank over het Antwerpse drukkerswezen: tapitta.be